Diepte van een waterpartij: stroom, spiegel en oever

De diepte van een waterpartij bepaalt of u een stroom, een spiegel of een kom bouwt. Dit artikel helpt u die keuze te maken voordat de folie een gemiddelde wordt die voor geen van de drie deugt. De voorbeelden komen uit Amsterdamse achtertuinen, waar elke centimeter telt.

Ondiepe stroom die overgaat in een dieper bassin van een waterpartij in Amsterdam
Diepte is een keuze per zone: ondiep waar het stroomt, dieper waar het water moet blijven staan.

De oefening hoort bij Waterpartij. Wilt u daarna alsnog zwemmen, dan verschuift het gesprek naar Zwemvijver, omdat een sierrand zelden de zwemdiepte al in zich heeft.

Een stroom is ondiep. Water moet over steen bewegen en terugvallen in een opvang die genoeg inhoud heeft om de pomp te voeden. Is de opvang een plasje van een emmer, dan valt de loop droog op een warme dag en zuigt de pomp lucht. Is de hele tuin even ondiep, dan heeft u geen opvang maar een natte plaat. Teken daarom twee dieptes: de loop en de kom.

Een spiegel vraagt een rustige, vrij gelijke waterlijn en een rand die het beeld kadert. Grote diepteverschillen ziet u als een gat, niet als een vlak. U heeft genoeg diepte nodig om een stabiel beeld te houden en om vorst niet tot op de folie vast te laten vriezen aan elke steen, maar u hoeft niet op zwemdiepte uit te komen. Wie dat toch doet, bouwt een bad en noemt het een spiegel.

De oever is de derde diepte, en de meest verwaarloosde. Planten als iris en moerasvegetatie willen een ondiepe, natte standplaats, niet een afgrond direct achter de tegel. Een talud dat meteen naar een meter duikt, laat de manden zakken of dwingt u tot een rij potten die op de foto toevallig goed staat. In de les tekenen wij een plateau. Dat plateau is de plantplek en meteen de plek waar een kind de diepte ziet aankomen.

Geluid volgt de hoogteval, niet de diepte alleen. Een kleine val op een binnenplaats draagt ver. Zet de val in de tekening uit en loop in gedachten naar het raam van de buren. Kunt u die stap niet zetten, dan is de waterpartij te luid voor de plek, hoe mooi de steen ook is.

Meng de drie dieptes alleen met een getekende overgang. Een stroom die ongemerkt een zwemgat wordt, is gevaarlijk en moeilijk te filteren. Een spiegel met een verborgen put is een struikelrand. Schrijf de diepte in centimeters op de schets, op de plek zelf, niet in een legenda die niemand tijdens het graven leest.

Vorst en verdamping horen bij die getallen. Een te dunne watermassa bevriest vast en zakt in de zomer weg. Een te grote massa in een kleine tuin verdringt het terras. De goede diepte is de diepte die bij uw gekozen type past en die u met een lat kunt controleren als de kuip openligt. Mooi wordt het daarna vanzelf, of niet. De diepte liegt in elk geval niet.

Leg uw schets naast dit stuk en omcirkel elke zone zonder getal. Elke cirkel is huiswerk voor de module, niet een fout om u voor te schamen. Ontwerpen begint op het moment dat de centimeters op het blad staan.

Scroll naar boven